maandag 4 mei 2015

Kleine handen

Het ontstaan van handen is een bepalende stap in onze evolutionaire ontstaansgeschiedenis. Om handelingen mogelijk te maken is complexe neurale coördinatie noodzakelijk. Wellicht ligt dit aan de basis van het relatief grote hersenvolume van primaten. Wij hebben onze handen vrij om grip te krijgen op de werkelijkheid om ons heen, een groot voordeel ten opzichte van dieren die hun poten enkel gebruiken om op te staan. Enkel de olifant heeft met haar slurf een instrument voorhanden dat vergelijkbare functionaliteiten biedt. Toen onze voorouders de boomkruinen inruilden voor open savanne offerden ze een paar achterste handen op. Omdat we het voorste paar niet meer nodig hadden om ons aan takken vast te grijpen, kreeg de evolutie opnieuw vrij spel. Ons hersenvolume nam verder toe en we werden tegelijkertijd handiger en slimmer. Zo werden we wezens die onze leefomgeving naar goeddunken begonnen te manipuleren, met handen als verlengstuk van het bewustzijn.



Op het feest voor mijn achttiende verjaardag wees een gast me op mijn krachteloze handdruk. Ik had me zelf al talloze malen gestoord aan slappe handdrukken, zonder in te zien dat ik in hetzelfde bedje ziek was. Die avond werd een keerpunt, een essentiële stap richting volle wasdom. Gelukkig, anders stond ik vandaag wellicht bekend als een slapjanus met kleine, feminiene handen. Bovendien kan ik met mijn handen veel minder aanvangen dan de meeste van mijn soortgenoten. Does size matter after all?

Een kleine twee jaar later, op zaterdag 14 februari 2009. Na net iets meer dan één week prille verkering vieren Iebe en ik onze eerste Valentijnsdag. Voor de gelegenheid word ik verwelkomd op Iebes geboortegrond. Bij aankomst in het station van Veurne overhandig ik een zakje met hartvormige snoepjes en een haastig bijeen gekrabbeld kaartje. Tot mijn verbazing staat een maaltijd in het ouderlijk huis in Nieuwpoort op het dagprogramma. Mijn handen worden nat van het zweet, hierop ben ik niet voorbereid. De kennismaking vindt plaats in de achtertuin, waar een chocoladebruine labrador weinig moeite doet om zijn enthousiasme te onderdrukken. Ik maak een nerveuze eerste indruk, ik ben niet handig met honden. De mama heeft aan één gerecht genoeg om mij te overtuigen van haar kookkunst. De maaltijd, een West-Vlaamse herinterpretatie van een Marokkaanse tajine, is uitstekend. Het eten gaat vlot naar binnen, wat de papa inspireert tot een Nieuwpoortse versie van de zegswijze “rap ter hand is rap ter tand”. Deze volkswijsheid wijst op een vermeende correlatie tussen snelle eters en handige Harry’s. Daarna volgt een kruisverhoor dat als doel heeft te onderzoeken of het verband ook voor mij opgaat. Helaas moet ik de hypothese ontkrachten. Ook in latere praktijkexamens zou ik roemloos ten onder gaan.

Niet zo lang geleden zijn we verhuisd naar ons eigen rijhuisje. De woning was bij aankoop zo goed als instapklaar. In onze honger naar comfort kozen we er toch voor een nieuwe badkamer te installeren en de keuken volledig te renoveren. Binnen de kortste keren werd ik verondersteld de handen uit de mouwen te steken. Een stoffig huis in verbouwingen is echter niet bepaald mijn biotoop. Ik heb het met vrienden en collega’s dan ook uitgebreid gehad over de lastige verbouwingswerken en de opluchting toen deze uiteindelijk voorbij waren. Velen van hen waren verbaasd te horen dat ik zelf nauwelijks bij de werken ben betrokken geweest. Vandaar mijn onbehagen tijdens de renovatieweken, ik heb namelijk graag het gevoel van enig nut te zijn. Tijdens de werken slaagde ik daar nog minder in dan anders.

Er zijn in ons huis wonderen verricht waaraan ikzelf geen hand heb gehad. Mijn diepe erkentelijkheid gaat uit naar mijn schoonpa, die de mirakelwerken in badkamer en keuken grotendeels op zijn conto mag schrijven. Wat ik zelf gedaan heb, deed ik meestal niet goed. Buiten in de winterkou het afval sorteren, dat ging me nog wel af. De traphal stofzuigen bleek al een moeilijkere opgave, zoals bleek die keer dat ik de gigantische stofzuiger tegen mijn hoofd kreeg. Beneden staan stofzuigen terwijl de stofzuiger boven je op de overloop staat is nu eenmaal niet zo’n goed idee. Ook het monteren van een kleerkast bleek finaal te moeilijk. Zelfs verhuizen lukt niet zonder sporen op de muren na te laten. Ik begin te geloven dat er meer aan de hand is dan zuivere onbeholpenheid. Is het een schrijnend tekort aan praktische intelligentie, of gaat het om terugkerende gevallen van een selffulfilling prophecy?



Mijn klunzigheid manifesteerde zich reeds in de kleuterklas. Recht knippen en binnen de lijntjes kleuren was niet aan mij besteed (nog steeds niet trouwens). Bij het naaien en haken ging ik al helemaal aan het knoeien. Tijdens een vakantie hielp ik mijn vader bij het aanleggen van een terras, als zesjarige. Niet omdat het moest, maar omdat ik mijn steentje wou bijdragen. Toen al liep het mis: ik kreeg een steen op mijn linkervoet, met bloederige gevolgen voor mijn dikke teen. Sindsdien associeer ik klussen met pijn en schaamte. Eén en ander deed de juf van de derde kleuterklas vermoeden dat ik niet klaar was voor de overgang naar het eerste leerjaar. Ze vergiste zich. Het is niet omdat al dat geknutsel me niet interesseerde dat ik niet klaar was voor het betere lees- en rekenwerk.

Wat de zaak nog ernstiger maakt is mijn aversie voor instructies. Mijn gedachten gaan altijd op wandel als iemand mij iets praktisch probeert uit te leggen. Op het moment dat ik het dan zelf moet gaan doen loopt het geheid verkeerd. Het is een euvel dat me ook tijdens mijn studies parten speelde. De studie biochemie en biotechnologie bood op zich meer dan lekkers genoeg: het mysterie van de oorsprong van het leven, de moleculaire architectuur van cellen, de informatica achter overerving en genexpressie, het onmetelijk metabolisch potentieel van bacteriën… Helaas viel het praktijkwerk tegen. Ik heb geprobeerd om er wat van te maken, maar het eindeloos bijeen pipetteren van microhoeveelheden waterige oplossing werd me al snel te veel. Potten breken met onderzoek in een labocontext zat er niet in voor mij, klein glaswerk breken lukte wel voortreffelijk. Veruit het belangrijkste wapenfeit in mijn thesisjaar is de ontploffing van een microgolfoven.

Deze droevige voorgeschiedenis is geen reden om defaitistisch te doen over mijn praktische capaciteiten. Mijn oma beweert dat mijn pa tijdens zijn jeugd niet geïnteresseerd was in technische karweien, terwijl hij nu een eersteklas bricoleur is. Mensen leren en veranderen. Ik moet wel met een achterstand beginnen: ik heb proportioneel meer van het verstrooide en van-de-wereldse karakter van mijn moeder dan van het doelgerichte en aandachtige karakter van mijn vader overgeërfd. Het leerproces gaat traag, maar gestaag. Ik wroet graag met mijn handen in de aarde, bijgevolg staat tuinwerk al in mijn functieomschrijving. Ook aan het koken van een potje waag ik mij graag en vaak. Ik hoop in de toekomst onder andere het sleutelen aan fietsen niet meer te moeten uitbesteden. Ik zal mijn onhandigheid in elk geval nooit inroepen als excuus om mij aan het vuile werk te onttrekken.




woensdag 24 december 2014

Daafs Selectie 2014

Hoewel de oogst in 2014 niet zo rijkelijk lijkt als tijdens de voorafgaande jaargang zijn er toch een aantal platen die als ‘grand cru’ mogen geëtiketteerd worden. Omdat elke zichzelf respecterende muziekredactie tegenwoordig met een ranking komt aandraven verblijdt Daafs Blog u met een hoogstpersoonlijke Top Tien. Zonder de minste pretentie weliswaar: deze rangschikking is het product van toeval, beïnvloeding en een onderontwikkelde muzikale smaak.

 10. Vashti Bunyan – Heartleap


In een carrière die bijna vijftig jaar omspant bracht Vashti Bunyan amper drie platen uit. Midden jaren zestig werd ze een Next Big Thing genoemd, maar ze koos voor het pad van een Never Has Been. Ze keerde zich af van de muziekindustrie en wijdde haar leven aan het grootbrengen van kinderen. Haar debuut ‘Just Another Diamond Day’, dat bij de release in 1970 nauwelijks de kassa deed rinkelen, groeide in de loop der jaren uit tot een cultalbum.  In 2006 volgde een tweede langspeler en tenslotte dit jaar de (naar eigen zeggen) laatste. Hoewel Vashti intussen op leeftijd is, klinkt haar stem nog net zo fragiel als in haar jonge jaren. ‘Heartleap’ staat bol van rake poëtische observaties van een oudere dame, verklankt als delicate wiegeliedjes. 

9. Sharon Van Etten – Are You There


Sharon Van Etten is een zangeres met kleine droevige ogen en grote gevoelens. Dat laatste blijkt toch uit haar werk, waarin neerslachtigheid en liefdesverdriet de toon aanvoeren. Drie jaar geleden zag ik haar in het voorprogramma van The National in Vorst. Toen kon ze me nog niet overtuigen. Misschien was ik mentaal nog niet klaar voor de snik in haar stem, die voor onervaren oren wat zeurderig kan overkomen. Intussen kan ik er nauwelijks genoeg van krijgen. 


8. Mac Demarco - Salad Days


Zowel de indrukwekkende spleet tussen zijn bovenste voortanden als zijn slackersound passen perfect bij de nonchalante attitude van deze maffe Canadees. De songs op 'Salad Days' schijnen met sprekend gemak bij elkaar te zijn gedjangeld maar zijn in werkelijkheid gesofisticeerder dan een oppervlakkige beluistering zou doen vermoeden.

7. Grouper – Ruins


Grouper haalde vorig jaar al Daafs Selectie met het veelgelaagde ‘The Man Who Died In His Boat’. Het dit jaar verschenen ‘Ruins’, opgenomen in 2011 in een strandhuis bij het Portugese plaatsje Aljezur,  overtreft de vorige release. De tracks zijn erg naakt: piano, stem, statische ruis en achtergrondgeluiden volstaan om de diepste ontroering te weeg te brengen. Liedjes die een plaats, een tijd of een gevoel evoceren dat al lang tot een ruïne is vervallen in het landschap van het feilbare geheugen.

6. Odesza - In Return


Odesza, een duo uit het sombere Seattle, brengt elektronische muziek van het zonnige type, nu en dan gelardeerd met allerhande exotische bliepjes en uitstekende guest vocals. ‘In Return’ is de plaat van de bevestiging, na het veelgesmaakte debuut ‘Summer’s Gone’ uit 2012. Met deze schijf hoeft de zomer nooit gedaan te zijn. Enkele reis naar de planeet Euforia of het mythische morgenland in Boom, in gedachten.

5. FKA Twigs – LP1


De eerste LP van ‘Video Girl’ FKA Twigs klinkt allerminst alledaags, noem het gerust hedendaagse toekomstmuziek vol tegentijdse beats en futuristische geluidseffectjes. In theorie een recept voor een abstract en afstandelijk  studioalbum, maar dat is buiten Twigs’ sensuele stem gerekend. Zet je koptelefoon op en het lijkt alsof ze in je nekt hijgt. Jawel: dit is de seksplaat van het jaar. Als het gehijg en gekreun je daar niet van overtuigen kan je altijd het tekstboekje raadplegen: “My thighs are apart for when you’re ready to breathe in/Suck me up, I’m healing with all the shit you’re dealing.” In realiteit deelt ze al enkele maanden de lakens met Robert Pattinson, al kan ze net zo goed zonder (slotnummer ‘Kicks’ laat weinig aan de verbeelding over wat dat betreft). 

4. Amatorski – From Clay To Figures


Het is niet uit chauvinisme dat deze Gentenaars op een eervolle vierde plaats prijken. Jammer genoeg is het moeilijk om als Belgische band door de landsgrenzen te breken, zelfs al breng je een onwezenlijk mooi album uit. De Britse kwaliteitskrant The Guardian pikte wel eerste single ‘Hudson’ op, helaas zonder veel gevolg. ‘From Clay To Figures’ is gegarandeerd een meesterstuk. Elke poging om deze muziek in een bepaald hokje onder te brengen is onzinnig. Noem het geen triphop of postrock. Dit is als kraakhelder water in een bergkreekje , veelkleurig als licht dat door een prisma gebroken wordt.  Oorvoer voor dromers.  

3. How To Dress Well – What Is This Heart?


Het derde album van singer-songwriter Tom Krell is het rijkste in het rijtje: een pakket van twaalf perfect geproduceerde songs die de schemerzone tussen R&B, indie en elektro verkennen. Eerste single ‘Repeat Pleasure’ maakte de belofte van zijn titel met verve waar. Het is me niet gelukt die track grijs te draaien, zelfs na talloze pogingen. De rest van de plaat getuigt van hetzelfde hoge niveau. Krells kopstemmetje valt moeilijk te evenaren, al blijf ik proberen. Very hipster look heeft die gast trouwens: dat snorretje en die opgetrokken witte kousen!

2. The War On Drugs – Lost in the Dream


Adam Granduciel eert zijn helden. Voor mij geen bezwaar, zijn helden zijn ook mijn helden. ‘Burning’ klinkt als Bruce Springsteen, terwijl zijn frasering  bij momenten verdacht dylanesk overkomt. Ook Dire Straits en Tom Petty  komen af en toe om de hoek loeren. De referenties zijn duidelijk, maar de man heeft onmiskenbaar een eigen smoelwerk. De inclinatie om songs op sfeervolle wijze uit te rekken, bijvoorbeeld. Of het gevoel voor timing, waarmee hij songs zoals ‘An Ocean in Between the Waves’ pas laat uitbarsten als het vuurtje voldoende is opgestookt. ‘Lost in the Dream’ is naar verluidt het product van liefdesverdriet en depressie. Droefenis destilleren tot muziek waar duizenden zich in kunnen verliezen, het is een kenmerk van de groten.    

1. Real Estate – Atlas


Het goud gaat naar een album dat in vele lijstjes over het hoofd werd gezien. Onterecht. ‘Atlas’ is de derde worp van deze jongens uit New Jersey en ligt muzikaal in de lijn van het eerdere werk. Wat een heerlijke finesse schuilt er in het samenspel van sologitaar, slaggitaar en wandelende bas. Maar er is meer: wat aan de oppervlakte een verzameling aanstekelijke gitaarpopdeuntjes is, wordt in de diepte een reflectie over het verstrijken van de tijd. Zoals de namiddagzon die door de halfopen zonnewering naar binnen komt, waarbij het verstrijken van de uren wordt verraden door het verschuiven van de schaduw.  Als een wolkenruim in voortdurende beweging, maar evengoed als de grijze haren die een steeds groter deel mijn kruin opeisen. 

maandag 30 december 2013

Daafs Selectie 2013 (6)

Daafs blog schenkt u in zes afleveringen een volstrekt subjectief en onvolledig overzicht van het uitstekende muziekjaar 2013. Omdat het vet wat van de soep leek in november en december, tenminste wat betreft muzikale releases, worden in deze laatste aflevering een aantal platen geserveerd die in de voorbije episodes onterecht over het hoofd werden gezien.

Deafheaven - Dream House
uit het album 'Sunbather'


George Clarke en Karry McCoy, de voormannen van Deafheaven, tekenden met Sunbather voor het metalalbum van het jaar, althans volgens het gerenommeerde muziekblad Rolling Stone. De vraag is of het überhaupt wel een metalalbum betreft. De zalmroze cover doet alvast anders vermoeden.  De drums die roffelen als salvo’s van volautomatische geweren en het oergeschreeuw van ‘zanger’ Clarke dragen duidelijk een metalstempel en zijn voor een niet-ingewijde als ik even wennen. Voor de rest doen de momenten van contemplatieve kalmte en het grote dynamische bereik aan post-rock denken, terwijl de grootse melodieën in een zee van gitaren naar shoegaze neigen. Deze muziek beroert het hart evenzeer als de trommelvliezen.

Haim - Don't Save Me
uit het album 'Days Are Gone'


De welopgevoede zusjes Este, Danielle and Alana Haim kregen heel wat klassieke rockmuziek uit de zeventiger jaren met de paplepel binnen. Het heeft hen zeker geen kwaad gedaan. Fleetwood Mac is in dat verband een veelgenoemde referentie. Toch brengt Haim iets nieuws onder de Californische zon, door die klassieke invloeden te vermengen met elementen uit hedendaagse R&B. Debuutplaat Days Are Gone staat vol olijke West Coast pop met een stevige portie girlpower.

Dark Side - Paper Trails
uit het album 'Psychic'


Darkside, een alliantie tussen elektronica-artiest Nicolas Jaar en gitarist Dave Harrington, heeft met Psychic een onversaagde koptelefoonplaat afgeleverd die vaag aan Pink Floyd doet denken. Eigenlijk behoeft deze hoogst originele muziek geen namedrops. Een veelvoud aan exquise texturen in een donker sausje zorgen voor een luistertrip die je in staat stelt om gedurende driekwartier moeiteloos aan je dagelijkse besognes te ontsnappen. 

Mutual Benefit - Advanced Falconry 
uit het album 'Love's Crushing Diamond'


Mutual Benefit, ofte singer-songwriter Jordan Lee en vrienden, heeft met Love’s Crushing Diamond een debuut uitgebracht dat met zijn zeven songs en dertig minuten het midden houdt tussen een EP en een LP. Een collectie van warm gearrangeerde mooie liedjes, soms hoeft het echt niet meer te zijn dan dat, al had het wat mij betreft wat langer mogen duren.

Oscar Isaac & Marcus Mumford - Fare Thee Well (Dink's Song)
uit de soundtrack van 'Inside Llewyn Davis'


De film Inside Llewyn Davis van de gebroeders Coen behandelt de tragikomische lotgevallen van een folkzanger in het Greenwich Village van de vroege jaren zestig, een milieu waarin ook een jonge Bob Dylan zijn eerste artistieke stappen zette. Hoewel hoofdpersonage Llewyn Davis bulkt van het talent, slaagt hij er niet in door te breken. In de plaats daarvan heeft hij met allerlei tegenslagen af te rekenen, waaronder een ongewenst bezwangerde vriendin en een weggelopen kat.  Acteur Oscar Isaac is als zanger een echte revelatie, zoals onder andere blijkt uit dit duet met Marcus Mumford. Toch is het Bob Dylan die op het einde van de film voor het grootste muzikale kippenvelmoment zorgt. 

zaterdag 30 november 2013

Daafs Selectie 2013 (5)

Daafs blog schenkt u in zes afleveringen een volstrekt subjectief en onvolledig overzicht van het uitstekende muziekjaar 2013. Episode 5: september en oktober. 

Delorean - Destitute Time
uit het album 'Apar'




Als ik nood heb aan een gevoel van transiënte euforie kan ik altijd beroep doen op de plaat Subiza van Delorean. Op opvolger Apar komt zo nu en dan een wolkje voor de zon, maar dat kan de pret nauwelijks bederven. In september zakten de Basken af naar Gent. Ik had een bundeltje vrienden meegelokt, met de belofte van zomerse vibes en een waar fiëstasfeertje. Helaas was het die avond betrekkelijk fris en kwamen er slechts een dertigtal gegadigden opdagen in de DOKbox. Afgezien van mezelf en een verdwaalde Spanjaard was er niemand die zich zichtbaar kon verliezen in de muziek. De energieke toetsenist gebruikte het concert dan weer als excuus om aan zijn conditie te werken, terwijl de Zanger Eki meer naast dan op de toon zat. Dit alles kon niet verhinderen dat ik tevreden naar huis ging, in het bezit van twee gesigneerde CD’s. 

Bill Callahan - Small Plane
uit het album 'Dream River'


Dream River van Bill Callahan is verdraaid verslavend. De beminnelijke bard heeft al heel wat platen op zijn naam staan, maar deze is een derde voltreffer op rij, na Sometimes I Wish We Were An Eagle en Apocalypse. Samen te vatten met de trefwoorden sfeervol,  sereen, slim, mild en poëtisch. De man beheerst bovendien de lagere frequenties van het akoestische spectrum. De beste bas van de hedendaagse singer-songwriterklas.  

Chvrches - Gun
uit het album 'The Bones Of What You Believe'


Het is een publiek geheim dat ik een zwak heb voor zangeressen. Als ze daarenboven nog eens zo intelligent zijn en er zo leuk uitzien als Lauren Mayberry van Chvrches dan ben ik helemaal fan. Als je de comments op hun facebookpagina leest wordt duidelijk dat ik niet de enige ben. Het lijkt alsof de halve fanbase verliefd is op Mayberry. Ik vrees wel dat haar timbre voor velen een tikkeltje te suikerzoet kan klinken. Ook flankerende bandleden Martin Doherty en Iain Cook hebben hun verdienste, meesterlijk met knopjes en toetsen. Chvrches brengt aanstekelijke electropop met een donker randje. Misschien wel de beste Schotse band sinds Cocteau Twins. 

Het Zesde Metaal - Ip Min Knieën
uit de EP 'Ip Min Knieën'


Wie de EP Ip Min Knieën van Het Zesde Metaal wil bemachtigen, zal kaartjes moeten kopen voor de theatertournee van Wannes Cappelle. Ik vermoed dat het de investering waard is. Het titelnummer klinkt in de studioversie alvast als de Vlaamse evenknie van Van Morisson ten tijde van Astral Weeks. In deze soloversie is dat minder het geval, vooral omdat de karakteristieke melodieuze baslijn ontbreekt. Het is in ieder geval een heel mooi West-Vlaams liefdesliedje voor Wannes’ Ijslandse echtgenote. Om het YouTube-commentaar van een streekgenoot van hem te citeren: “Mille dju, da goa were rechte noa oes erte!”

Arcade Fire - Afterlife
uit het album 'Reflektor'


Arcade Fire is altijd al een band van het Grote Verhaal geweest. Als ze dat verhaal aan een groter publiek kunnen reveleren, zullen ze dat zeker niet nalaten. De uitgekiende marketingstrategie voorafgaand aan de release van Reflektor getuigt daarvan. Bij de eerste beluistering werden de torenhoge verwachtingen niet helemaal ingelost, maar bij een iconische groep als Arcade Fire mag je nooit de fout maken om de plaat na één of twee luisterbeurten aan de kant te schuiven. Na een aantal additionele luisterbeurten blijkt dat Reflektor zeker zijn plaats heeft in hun indrukwekkende oeuvre, waarmee ik bedoel dat het niet voorbarig is als je het album nu al een klassieke status toedicht. Tweede single ‘Afterlife’ reflecteert de zwaarwichtige thematiek van debuut Funeral, maar met een lichtvoetige, carnavaleske en dansbare toonzetting. 





zondag 24 november 2013

Daafs Selectie 2013 (4)

Daafs blog schenkt u in zes afleveringen een volstrekt subjectief en onvolledig overzicht van het uitstekende muziekjaar 2013. Episode 4: juni, juli en augustus.

Jenny Hval - Innocence is  Kinky
uit het album 'Innocence is Kinky'




“That night I watched people fucking on my computer”, zo luidt de provocatieve openingszin van Innocence is Kinky. De bijhorende videoclip is er ook niet naast. We krijgen een intiem zicht op een dampend vrouwenlijf. Weliswaar niet dat van de excentrieke Noorse Jenny Hval zelf, die zich al meer dan voldoende bloot geeft met haar expliciete teksten. Ook het vermelden waard zijn haar acrobatische stembanden, waarmee ze haar idool Kate Bush naar de kroon steekt. 

These New Puritans - Organ Eternal
uit het album 'Field of Reeds'


Je kan These New Puritans bezwaarlijk een band noemen. Feitelijk betreft het een avant-garde kamerorkest onder leiding van Jack Barnett, een muzikaal meesterbrein uit Southend-on-Sea, Essex. Terwijl hij op zijn vorige werk, het in 2010 uitgebrachte Hidden, nog uitpakte met martiaal getrommel, gaat het er in opvolger Fields of Reeds een pak vrediger aan toe.  De plaat kan als een soort van pastorale suite worden opgevat, zij het met een wat bevreemdende ondertoon. Aandachtige luisteraars zullen terugkerende motieven ontwaren die het album tot een organisch geheel maken. Knappe compositie.

Julia Holter - In the Green Wild
uit het album 'Loud City Song'


Julia Holter kwam op 13 augustus naar DOK om haar nieuwste langspeler Loud City Song voor te stellen. Ik was er ook, net voor het podium op nog geen meter afstand van de Californische chanteuse, met een geprivilegieerd zicht op haar gracieuze voeten. In The Green Wild was een onbetwist hoogtepunt, met de cellist die in pizzicatomodus de baspartij voor zijn rekening nam en een stijlvolle melodische kentering in het midden van het nummer. Helaas ging haar bisnummer ‘In The Same Room’ totaal de mist in. Een nummer dat nota bene door mij werd aangevraagd, maar dat ze kennelijk niet met haar band gerepeteerd had. Toch bedankt voor de verdienstelijke poging, Julia.

Julianna Barwick - The Harbinger
uit het album 'Nepenthe'


Julianna Barwick maakt muziek die niet zou misstaan in een hypothetisch hiernamaals. Terwijl op haar langspeeldebuut zo goed als enkel haar eigen stem te horen was, dankzij de modernste opnametechnieken voldoende om de sound van een engelenkoor te creëren, laat ze zich op opvolger Nepenthe hier en daar begeleiden door een meisjeskoor en een strijkersensemble. De invloed van Sigur Rós is onmiskenbaar. Geen toeval, want de plaat werd ingeblikt op Ijsland en geproduced door Alex Somers, de partner van Jónsi. 

Volcano Choir - Comrade
uit het album 'Repave'


Justin Vernon is naast zijn frontman- en songschrijverschap bij Bon Iver betrokken bij heel wat andere muzikale nevenprojecten. Eén ervan is Volcano Choir, waarmee hij intussen reeds aan een tweede album toe is. Meer nog dan in zijn werk als Bon Iver zoekt hij op Repave de emotioneel beladen en pompeuze hooks op, die geschikt lijken om in een stadion uit de boxen te knallen. Een opvallende stijlbreuk met Unmap, het eerste wapenfeit van Volcano Choir, dat meer bij minimalisme en post-rock aanleunde. 

woensdag 13 november 2013

Daafs Selectie 2013 (3)

Daafs blog schenkt u in zes afleveringen een volstrekt subjectief en onvolledig overzicht van het uitstekende muziekjaar 2013. Episode 3: mei.

Noah and the Whale - Heart of Nowhere
uit het album 'Heart of Nowhere'


Wat mij betreft is het album First Days Of Spring uit 2009, waarin Charles Fink in aandoenlijk eenvoudige bewoordingen zijn gebroken hart probeert te lijmen, een bescheiden klassieker. Sindsdien is de zon volop gaan schijnen voor zijn band Noah and the Whale, dat met de platen Last Night on Earth en Heart of Nowhere stekelvrije en radiovriendelijke folkpop serveert. In het titelnummer van hun recentste worp herkent u, naast een omnipresente viool, de krachtige stem van Anna Calvi.  

Vampire Weekend - Ya Hey
uit het album 'Modern Vampires of the City'


Vampire Weekend is groots, hip en inventief. Eén van dé bands van deze tijd kortom. Het New Yorkse collectief beschikt over meerdere troeven, waarvan de slimme lyrics van Ezra Koenig en het muzikale eclecticisme van Rostam Batmanglij de belangrijkste zijn. Koenig, een atheïst van Joodse komaf, durft het aan zich in ‘Ya Hey’ tot de Allerhoogste te richten. Het centrale thema van het Oude Testament, met name de zoektocht van God naar zijn volk (en niet omgekeerd) wordt naar het hedendaagse Amerika vertaald, waar meer dan één gouden kalf wordt aanbeden. 

The National - Don't Swallow The Cap
uit het album 'Trouble Will Find Me'



De Amerikaanse groep The National kan op een stevige fanbasis rekenen, wat ze voor een groot stuk te danken heeft aan de uitstekende platen die ze keer op keer op de markt gooien. Trouble Will Find Me is de laatste in het rijtje. De recepten zijn dezelfde als dat van het in 2010 uitgebrachte High Violet: Matt Berningers boterige baritonstem, een prominent aanwezige en gejaagde ritmesectie en tussendoor rustpunten waarin die ritmesectie tot bedaren wordt gebracht. Critici zullen opmerken dat het wat te veel van hetzelfde wordt, maar waarom zou je een smakelijk gerecht veranderen? Voorlopig klinken de heren uit Brooklyn nog niet afgezaagd.

Emma Louise - Pontoon 
uit het album 'Vs Head Vs Heart'


Mijn maat Matthias heeft een voorliefde voor hitmuziek met een prominente beat, een genre dat ik wel eens oneerbiedig als ‘ketelmuziek’ durf te bestempelen. Heel af en toe komt er goud uit de ketel, zoals toen ik voor het eerst de verdomd aanstekelijke Wankelmut remix van ‘Jungle’ te horen kreeg, een liedje van Emma Louise. Die Emma Louise blijkt na wat opzoekwerk een bedeesde Australisch zangeres te zijn, die in mei debuteerde met ‘Vs Head Vs Heart’, een introverte luisterplaat.  

Laura Marling - Little Love Caster
uit het album 'Once I Was An Eagle'


Folkfee Laura Marling zal voor altijd een jaar jonger dan mezelf blijven. De adelbrieven die ze op haar jeugdige leeftijd kan voorleggen zijn ronduit indrukwekkend. De Engelse van aristocratische komaf  debuteerde op haar achttiende en bracht in mei haar vierde plaat uit. En passant brak ze het hart van Charles Fink en James Mumford, voormannen van respectievelijk Noah And The Whale en Mumford & Sons. Qua muzikale maturiteit overklast ze hen met grote voorsprong. Intussen is ze de grote plas overgestoken en resideert ze aan de Amerikaanse westkust. Om Joni Mitchell, met wie ze vaak wordt vergeleken, te parafraseren: “She is a wild seed, let the wind carry her”.


woensdag 6 november 2013

Daafs Selectie 2013 (2)

Daafs blog schenkt u in zes afleveringen een volstrekt subjectief en onvolledig overzicht van het uitstekende muziekjaar 2013. Episode 2: maart en april.

Rhye - Open 
uit het album 'Woman'



Rhye, één van de revelaties van 2013, is het muzikale equivalent van een knisperend haardvuur en het voorspel tot een passionele vrijpartij. Meer dan welkom in een onderkoeld voorjaar waarin Koning Winter van geen wijken wou weten. De entente cordiale tussen de Canadees Mike Milosh en de Deen Robin Hannibal was lang in mysterie gehuld. Voer voor veel speculatie, want de feminiene contratenorstem van Milosh deed velen vermoeden dat het een vrouw betrof. Woman is een verdomd sexy plaatje. In de aanloop van de albumrelease werden twee soulvolle singles vooruitgeschoven, ‘The Fall’ en ‘Open’, beiden voorzien van sensuele lyrics en kwaliteitsvolle video’s. Voor ‘Open’ doen er zelfs twee clips de ronde. Eén ervan is nogal expliciet (en omwille van die reden niet op YouTube terug te vinden), terwijl de andere een pak subtieler en eigenlijk wel mooier is. Er zijn ook een veelvoud aan dansbare remixes van beide singles in de omloop. 

Youth Lagoon - Mute
uit het album 'Wondrous Bughouse'


Het tweede album van Youth Lagoon, Wondrous Bughouse, is iets moeilijker verteerbaar dan het bedaard voortkabbelende debuut The Year of Hibernation. De dromerige en bezadigde kamerpop heeft plaats gemaakt voor een meer psychedelische sound, alsof er hallucinogene stoffen mee gemoeid zijn. De caleidoscopische single ‘Mute’ heeft een ongewone songstructuur en omvat verschillende fasen, waaronder een zichzelf herhalende gitaarhook die twee minuten aanhoudt zonder te vervelen. 

Daughter - Smother
uit het album 'If You Leave'


Ik ontdekte Daughter, een Londens drietal bestaande uit de timide frontvrouw Elena Tonra en twee brave backbenchers, via hun ingetogen cover van Daft Punks uitbundige schijf ‘Get Lucky’. Hun debuutlangspeler If You Leave loopt in danige mate over van melancholie dat het bij momenten wat te veel wordt. Niettemin best genietbaar. 

Phosphorescent - Song For Zula
uit het album 'Muchacho'


Toen ik goed en wel had opgevangen dat Phoshorescent, de band rond Matthew Houck, in mei in de DOKbox in Gent kwam spelen, waren de tickets reeds de deur uit. Ik had er graag bij geweest. ‘Song for Zula’, de opener van het alom geprezen Muchaho, getuigt van vakmanschap. Het is een uitgesponnen allegorie waarin songsmid Houck met krakerige stem de liefde met een kooi vergelijkt, hoewel de muziek eerder vrijheid lijkt te suggereren. Klaarblijkelijk wist hij zich al dan niet op aangeven van zijn ex-geliefde te bevrijden. Je relatie als gevangenschap voorstellen; het is een uitstekende strategie om een breakup te boven te komen. 

Float Fall - Someday



Een jongen zingt en speelt gitaar. Een meisje zingt en beroert de toetsen, occasioneel speelt ze hoorn. Ruben en Rozanne, want zo heten de jongen en het meisje, zijn verenigd in het duo Float Fall, dat vorig jaar het brons wegkaapte op de Humo’s Rock Rally. In april was hun single ‘Someday’ niet uit mijn hoofd weg te branden. Op mijn verjaardag zakten Iebe en ik af naar hun thuisbasis Leuven voor een kleine citytrip. Op diezelfde dag speelde Float Fall een miniconcert in de Leuvense Bilbo, naar aanleiding van Record Store Day. Op het moment dat we daar lucht van kregen, bij een pannenkoek in de Leopold Vanderkelenstraat op enkele minuten stappen van de betreffende platenzaak, was het al te laat. Verdomme. Intussen is het wachten op de debuut LP.